De oprichting
Omhoog ] Statuten ] Donateur worden? ] [ De oprichting ]

Eerste persbericht na oprichting van de Vereniging

 

 

Enschede, maandag 4 januari 1982

Drs. Jan Albert van Heek, afstammeling van Hendrik Jan van Heek, die ruim 100 jaar geleden het Volkspark aan de stad schonk, gaat nooit naar het buitenland op vakantie. Hij is bankdirecteur in Nijmegen en zou zich telkenjare best een paar weken bergen of verre stranden kunnen veroorloven. Maar nee, hij trekt met zijn gezin naar een boerderijtje aan een weg zonder naam in het landgoed Hoge Boekel, en als hij daar zit is hij iedereen te rijk. Ook in de weekeinden is hij daar en nergens anders te vinden. Al jaren nu.

Een paar dagen geleden werd hij voorzitter van de Vereniging Behoud Hoge Boekel en omgeving en niet voor niets, want hij is het geweest, die het tot de totstandkoming van zo'n vereniging had aangestuurd. Met pijn in het hart had hij kennis genomen van de aanslagen en de voorgenomen aanslagen op het Hoge Boekel en hij had gedacht: als we het Hoge Boekel willen handhaven en weerbaar maken dan zouden de grondeigenaren, die in dit gebied werken of wonen, moeten komen tot een organisatie, die opgewassen is tegen de krachten van buitenaf, die het landgoed aantasten of dreigen te vernietigen.

Collectief goed

Hij maakte een studie van de landgoederenproblematiek en kwam daarbij tot de ontdekking dat zich weliswaar reeds verscheidene instanties beraden over de vraag, hoe een halt moet worden toegeroepen aan de snelgroeiende schaarste van landelijk gebied als een economisch goed, maar dat Nederland nog geen organisaties of verenigingen van rechtstreeks betrokkenen kent, die hun bezit zien als een collectief goed, ook voor komende generaties, en daarvoor op de barricaden klimmen.

Hij interesseerde enkele medebewoners voor de stichting van een vereniging en korte tijd later gingen 40 uitnodigingen naar de bezitters en pachters van de circa 350 ha. grond in het Hoge Boekel. Bijna allen kwamen zij ter vergadering en terwijl was gerekend op 25 inschrijvingen werden het er 37.

Totaalvisie

Jan Albert van Heek bepleitte een totaalvisie op basis van de gedachte, dat wanneer zo'n visie is vastgelegd deze strijdbaar kan worden gemaakt vóór de eigen multifunctionele signatuur tégen het bederf, dat van buitenaf dreigt. En hij verkreeg aller instemming, mede doordat ter vergadering bleek dat de agrarische aspecten de leden evenzeer ter harte zullen gaan als de recreatieve.
Terecht, aldus Jan Albert van Heek, de helft van het Hoge Boekel bestaat uit landbouwgrond, en die spreekt mij qua omvang niet alleen aan, maar ook als wezenlijk onderdeel van het landgoed.
"Laat men goed weten dat het de samenhang van de elementen van het Hoge Boekel is, die het Hoge Boekel zo onvervangbaar maakt. Wat zou Twente trouwens zijn als de boeren het coulissenlandschap niet tot stand hadden gebracht."
Naar zijn mening zal er trouwens niet louter geconserveerd moeten worden, neen, er zal voortdurend naar een creatief en constructief evenwicht gezocht moeten worden, niet alleen ten behoeve van hen die op het Hoge Boekel wonen, maar ook van hen, die hier (aan de stadsrand) komen genieten van de zeldzame flora en fauna.

Destructief

Hij gruwt bij de gedachte, dat mogelijk eens de Oostweg door het Hoge Boekel zal lopen, of mogelijk er vlak langs en dan wie weet hoeveel baans. Zo'n weg zou een destructieve ingreep betekenen, waarvan de gevolgen onherstelbaar zouden zijn, waardoor dus ook het nageslacht getroffen zou worden. "Dat nooit".
Och, zegt hij, ik weet wel dat er overheidsdiensten zijn, die roerend met mij eens zijn, maar er lopen  technocraten rond, die menen dat het hun eerste zorg is banen te vinden, waarlangs de verkeersstromen lekker vlot geregeld kunnen worden.
Welnu, daar (onder meer) willen wij gezamenlijk tegen aan. Met een eigen visie. Eerst zal echter een inventarisatie moeten plaatsvinden van alles wat het Hoge Boekel zo waardevol maakt. Mogelijk zijn daarmee zelfs de technocraten te bewegen van gedachten te veranderen.